HERFST.
U hoeft zich geen zorgen te maken,
wat volgt gaat niet over de natuur.
Dus geen vallende en verkleurende
bladeren, korter wordende dagen, s
pinnenwebben, mist en melancholie.
Dat weten we nu wel en is ieder jaar
hetzelfde, niets is zo saai als
beschrijvingen van de natuur, die is
er gewoon of die is er geweest, helaas.
Interessanter zijn mensen in de herfst,
die ik gemakshalve verdeel in twee
groepen, de vroege jasdragers en de
late jasdragers.
Vroege jasdragers kijken op de kalender
en trekken hun jas aan, het zijn voorzichtige
types. Het zou wel eens koud kunnen
worden, het zou wel eens kunnen gaan
regenen. Die types kunt u in september, als
het zweet in dikke druppels langs uw rug
loopt, tegenkomen met een jas aan. Vaak
hebben ze ook een paraplu bij zich, je
weet maar nooit. In hun zak steevast een
doosje aspirine, tegen de griep. Ze hebben
altijd de griep want ieder kuchje of hoestje
noemen ze griep. Onnodig te vertellen dat
ze ook ieder jaar een griepspuit halen,
waarna ze zich dagenlang niet goed voelen.
Dan de late jasdragers, dat zijn de meer
zorgeloze types, ze nemen graag een gokje,
en trekken pas een jas aan als ze de voorruit
van hun auto van ijs moeten ontdoen. Griep
bestaat niet en daar hebben ze gelijk in. Kent
u iemand in uw omgeving die de laatste tien
jaar griep had? Maar dan wel echt de griep,
tien dagen in bed, hoge koorts, niks eten en
emmers vol kotsen. Dus niet: Ik voel me
niet zo lekker. Maar goed, de late jasdrager
wordt ook wel eens nat en heeft daar geen
moeite mee. Hij zal dan ook geen droge kleren
gaan aantrekken omdat hij weet dat die vanzelf
weer droog worden door zijn lichaamswarmte.
De late jasdrager is niet in het bezit van een
sjaal en draagt geen pet. Moet u toch eens op
letten als u lekker in de herfst, in het zonnetje
op uw favoriete terras zit.
©Martin Wings